Meditatie Observatorium 7

Koan

Deze bijeenkomst heeft als onderwerp ‘koan’. De geschiedenis van koans gaat terug naar de periode tussen de 8ste en 10eeeuw n.Chr. In China hadden leraren destijds ook de gewoonte vragen te stellen aan hun leerlingen. Net als leraren in allerlei lessen dat nu nog doen, was het doel daarvan te testen hoezeer de leerlingen al in de gaten hadden waar ‘het’ om ging, om wakker worden.

Het woord koan is een verbastering van het Chinese woord kung-an, dat ‘openbare uitspraak of vraag’ betekent. Zo’n openbaar vraag en antwoord-spel lag aan de basis van wat we tegenwoordig verstaan onder koans.

Enkele mensen hebben na verloop van tijd de vragen verzameld en bij elkaar gezet. Zo verzamelde de monnik Mumon in de 11e eeuw 48 van die vragen en bundelde ze in een boek wat nu de Mumonkan heet. Een andere monnik deed dit met 100 vragen en omdat ze ontstonden in een klooster dat op een rots met een blauwe kleur gebouwd was, heet deze verzameling de Hekiganroku, de ‘verhalen van de blauwe rots’.

In de loop der tijd veranderde de manier waarop er met koans omgegaan werd. Van een vraag die een leraar temidden van een groep leerlingen stelde, werd het steeds meer een proces dat zich afspeelde tussen de leraar en één leerling per keer. De leraar stelt een vraag en de leerling geeft daarop een antwoord.

Een koan is geen gewone vraag, waar een rationeel antwoord op mogelijk is. Een koan is vaak een vraag die heel ongerijmd klinkt, en waarbij je aanvankelijk niet weet hoe je daar een antwoord op kunt geven. Een koan is, net als zazen (zitmeditatie) en kinhin (loopmeditatie) een oefening in aandacht. Een middel om je concentratie te bundelen; één worden met de koan. Het gaat er daarbij om dat je jezelf toestaat ook andere manieren te bewandelen om tot een antwoord te komen dan strikt je rationaliteit en je nuchtere verstand. Alles wat je hebt moet je erin gooien en ook wat je niet hebt, maar ontwikkelen moet (inventiviteit/creativiteit, gevoel, emoties, lichaam, intuïtie, diepere bewustzijnslagen, eenheidsgevoel etc).

Een bekende koan die vaak aangehaald wordt om aan te geven hoe ‘raar’ een koan eigenlijk is, luidt: “Wat is het geluid van het klappen van één hand?”

In het begin blijf je hangen bij de muur van je dagelijkse bewustzijn. Je kunt dan bijvoorbeeld denken dat als je met je hand op iets anders klapt, dat het geluid dat dan ontstaat, het geluid is. Of je wordt geïrriteerd en zegt dat er helemaal geen geluid is.

Maar… dit soort antwoorden hebben meer met weerstanden te maken dan met een echt creatieve oplossing, die diep van binnenuit komt. ‘t Gaat ALTIJD om je eigen echte ervaring en ALTIJD om het hier en nu. Het gaat erom voorbij je eerste oplossingen te durven denken. Je wordt aangemoedigd los te komen van je gewone (denk)patronen, los van ‘wijsheden’.

Praktisch werkt het zo: je leraar geeft je een koan. Dan richt je je tijdens de meditatie op die koan, i.p.v. op het tellen van de uitademing, wat wij nu doen. In plaats van het tellen, neem je bijv. 1 woord uit die koan (‘hand’) en ademt ‘hand’ uit.

Een koan vraagt dus van je dat je flexibeler wordt en eens anders tegen de dingen aankijkt dan je normaliter zou doen. En daarmee kan het je helpen ook in andere situaties eens de boel vanuit een ander perspectief te bekijken.

Als je vervolgens weer een gelegenheid krijgt om met je leraar alleen te zijn, dan vraagt hij wat je koan was en geef jij een antwoord. Als het niet goed is, luidt de leraar vaak een bel, waarna je weer teruggaat naar je plek; is het antwoord wel goed, dan vraagt de leraar vaak om wat meer verduidelijking en geeft hij je daarna een nieuwe/volgende koan.

Iedere koan kent maar 1 goed antwoord. Maar omdat we allemaal een beetje uniek zijn, zullen we dat op onze eigen manier verwoorden en uitbeelden. Maar een leraar zal het goede antwoord herkennen en dit bevestigen.

De koan die we samen deden deze week, luidde:

Hoe stop je de ruzie aan de overkant van de rivier?