Introductiecursus les 4

Les 4: Helderheid, keuzes maken en rituelen

In de eerste les hadden we het al over aandacht. Als centraal thema van deze cursus en van zen in het algemeen. Leven in aandacht betekent steeds meer helder krijgen hoe de situatie van dit moment daadwerkelijk is en wat het van jou vraagt. Een van de laatste adviezen die de Boeddha schijnt te hebben gegeven, luidt: wees een licht voor jezelf. Oftewel: vergroot de helderheid in jezelf.
Wat is dat?

  • Ontprogrammering, uit je eensporigheid treden. Dit is zowel psychologisch te beschouwen als doorkrijgen waarom je doet zoals je doet en daar flexibeler in worden. Het is ook fysiologisch zo dat de verschillende delen van de hersenen beter gaan samenwerken.
  • Onbelemmerd jezelf zijn; the beauty of being yourself; jezelf kennen; balans. Tegenwoordig staan de tijdschriften vol met het woord ‘authentiek’. De echte authenticiteit zit hem meer in het gewone, alledaagse en niet in de poeha die er weer van gemaakt wordt. In de stilte en het bewegingloos zitten, ontmoet je jezelf en ontdek je je eigen plek in de stroom van dingen en beweging. Dan ben je ook meer bezig met zijn dan hebben.
  • NU-kwaliteit. Zie in dat datgene wat er NU is, altijd het belangrijkste is wat er is. Dan wordt het schoonmaken van de wc net zo de moeite waard om met aandacht te doen als het leiden van een vergadering, het aanmoedigen van je kinderen of wat dan ook.
  • Pas op voor beelden en be-palingen. Instituten willen dingen vastzetten en afpalen. Ook wij zijn vaak geneigd te gaan voor de vertrouwdheid en het risicoloos doen wat je altijd al gedaan hebt. Omarm de eeuwige paradox, opnieuw: oefen je in flexibel denken. Keer alles om, binnenstebuiten, ondersteboven. Blijf kritisch en baseer alles op je eigen ervaring; geen na-aperij.

Enkele tips voor het maken van keuzes

* Wees je bewust van het aantal kleine en ogenschijnlijk onbelangrijke keuzes die je per dag maakt.
* Leer besluitvaardiger te worden door steeds de goede keuze te maken, daar waar het feitelijk niet moeilijk is om te zien wat voor jou de juiste keuze is.
* Keuzes maken is veelal vermoeiend. Neem daarom liever één grote beslissing dan tien kleintjes. Bijvoorbeeld besluit liever één keer dat je zevenmaal per week zen beoefent dan dat je zevenmaal per week de keuze maakt of je die dag wel of niet gaat zitten en je geest traint.

Zen is niet oordelen. Met liefde aanvaarden wie je zelf bent is een voorwaarde om diep in jezelf door te dringen.
Zen is doorzien hoe je ego voortdurend bezig is zichzelf in stand te houden terwijl het in feite geen substantie kent.

Rituelen

Na een aantal bijeenkomsten in de zendo, bij de introductiecursus, begint het mensen op te vallen hoeveel rituelen er eigenlijk zijn. En sommigen merken bij zichzelf weerstand daartegen. Daarom is het goed wat dieper in te gaan op de rol en functie van rituelen, binnen zen en daarbuiten aan de hand van de meest voorkomende vragen.

1. Waarom zijn er zo veel rituelen bij een zencursus?

Het lijkt nogal wat: bij binnenkomst een buiging, vaak voor je mat nog een buiging, buiging bij aanvang van de loopmeditatie (kinhin), de theeceremonie met z’n diverse buigingen en vaak bij afsluiting van een bijeenkomst ook nog een buiging. Maar eigenlijk zijn dat er helemaal niet zoveel als je het zou vergelijken met de ‘rituelen’ die jijzelf gedurende een aantal uren uitvoert. Ga bijvoorbeeld maar eens na uit hoeveel handelingen jouw ochtendritueel bestaat (wekker uitzetten, opstaan, naar het toilet, eerste kopje koffie/thee, krantje, douchen, aankleden, etc.). Toch voelt het anders. Waarom? Omdat niet jij ze zelf begonnen bent maar gevraagd wordt om het op deze manier te doen én omdat je ze met volle aandacht doet, en dat maakt het als het ware extra intens.

2. Wat betekenen rituelen in z’n algemeenheid?

Simpel gezegd zijn alle rituelen die in een zendo voorkomen niets anders dan momenten van aandacht. In feite roep je jezelf bij de les als je bij binnenkomst een buiging maakt. Daarrmee zeg je: nu ben ik er helemaal. Ook bij het neerzetten van je theekom nadat je buurman/vrouw dit gedaan hebt, laat je blijken dat je er met je aandacht precies hier en nu bent.

We doen rituelen op een bepaalde manier omdat dit helpt om je concentratie helemaal te kunnen leggen op het uitvoeren ervan, zonder dat je je iedere keer hoeft af te vragen: hoe doe ik het eigenlijk. Vergelijk het met de afspraken die we hebben in het verkeer: bij een rood verkeerslicht stoppen we, bij een groen kunnen we doorrijden. Eigenlijk is dit een rituele handeling!

3. Wat betekenen de afzonderlijke rituelen?

Bij binnenkomst maken we een buiging (gassho) waarbij de handpalmen tegen elkaar aan geplaatst zijn. Symbolisch drukken we daarmee onze dankbaarheid uit dat we allemaal verlichte wezens (boeddha’s) zijn en dat we daarom hier komen oefenen.

In sommige zendo’s is het de gewoonte ook te buigen in de richting van je mat. Daarmee druk je je dankbaarheid uit t.o.v. alles en iedereen van wie je kunt leren (de Dharma). En dan nog te buigen naar het midden van de ruimte om de anderen met wie je oefent (de Sangha) te bedanken.

Het volgende ritueel is eigenlijk de start van de eerste zazen periode: dan wordt er 3x op de bel geslagen. De historische oorsprong van het getal drie schijnt te zijn dat in kloosters de monniken bij het horen van de eerste bel nog snel naar de zendo konden lopen, bij de tweede konden ze dan gaan zitten en bij/na de derde begon het mediteren ‘echt’.

Na afloop van de zazenperiode wordt er 2x op de bel geslagen. Oorspronkelijk gaf de eerste de eindtijd aan en de tweede was het teken om al te gaan staan voor de kinhin. De verschillende rituelen tijdens de theeceremonie geven aan dat de volgende fase (theekom ontvangen, thee ontvangen, thee drinken, kom neerzetten) is aangebroken en maken je opmerkzaam voor het groepsgebeuren en voor het gehele symbolische karakter ervan; van het keren naar binnen met de zazen ben je langzaam maar zeker weer naar buiten gekeerd door middel van de theeceremonie. En daarmee is het een vloeiende overgang naar het leven buiten de zendo waar je vrij snel na het drinken van de thee weer aan deel gaat nemen.

4. Ik merk bij mezelf weerstand op.

Weerstand kent een aantal facetten. Weerstand kan voortkomen uit het feit dat je gevraagd wordt iets te doen terwijl je niet weet waarom. Juist daarom is het goed dat een zenleraar je uitlegt wat de reden is van een bepaald ritueel zodat je de achtergrond kent.

Weerstand kan ook voortkomen uit een associatie met een ander ritueel wat je onprettig vindt. In het Westen staat ‘buigen’ vaak voor ‘buigen voor iets of iemand die hoger/anders/beter of wat dan ook van jezelf is’. Een ritueel is dan niet langer een gewoonte of gebruik (de letterlijke oorspronkelijke betekenis van het Latijnse woord ‘ritus’) maar een dwingend voorschrift. Het buigen vanuit de boeddhistische levensfilosofie heeft veel meer te maken met herkenning in jezelf en met dankbaar zijn voor.

Tenslotte kan weerstand nog te maken hebben met het gevoel dat je geen controle hebt. Er wordt je iets gevraagd, je hebt het niet zelf gekozen en dat voelt niet prettig. Dan is het goed te kijken of je er helemaal kunt zijn, het ritueel kunt uitvoeren, zonder het ‘prettig’ of ‘niet prettig’ te vinden. Kun je het ook gewoon DOEN? Je zou dan kunnen ervaren (na verloop van tijd) dat de schoonheid van het ritueel juist ligt in het doen er van en daarmee in het ontvankelijk worden voor de symboliek er achter en de waarde er van. Je ‘ego’ mag er dan dit of dat van vinden maar los daarvan blijkt er nog een groter bewustzijn te bestaan die het ritueel vooral kan ervaren.